De Nederlandse website over muien. The Dutch website about RIPS.

Nek

De nek van de mui is de geul die in de zandbank uitgesleten is door de muistroming. Dit is dus eigenlijk de mui. De nek kan breed of smal zijn, diep of ondiep. Zij kunnen loodrecht (fig 1 I-type)) door de bank gaan of schuin (fig 2 Z-type en fig.3 S-type). In de nek kunnen kuilen in de bodem zitten. De nek van de mui kan na een storm verdwenen zijn.

png nek1

 

 

 

 

 

Echter vaak is de nek dan ondiep. Na de storm zal de nek weer uitslijten en dieper worden. Staat er een sterke windstroom langs de kust dan vormt zich meestal een schuine nek volgens fig 2 of 3. een schuine nek is als er branding staat vaak moeilijk te herkennen vanaf strand. Daarom is het herkennen van de voedingsstroom zo belangrijk. Die leidt immers naar de nek van de mui. Soms is de nek heel breed. Er ontbreekt dan als het ware een stuk zandbank. De stroming zal zich dan hoofdzakelijk aan de zijkant van de nek bevinden. Staat er een sterke windsstroom langs de kust, dan zal de muistroom bij een smalle nek sneller van minder invloed zijn dan bij een brede nek. Door de windstroom zal de muistroom eerder de naastliggende bank opgeduwd worden waardoor de stroom inzakt. Bij een brede nek verplaatst de stroom zich meer naar het midden van de nek en blijft zich wel handhaven. Bij een ondiepe nek kan er sneller branding in de nek ontstaan. Vaak komt het ook voor dat er aan de zeekant van de nek een ondiepte ligt, ontstaan als het meegevoerde zand daar neerdaalt om dat de muistroom afneemt aan de zeezijde. Branding in de nek van de mui zal de muistroom tegenwerken. De golfvorm wordt echter hoekiger en de onderstroming kan toenemen.

In de navolgende diashow zijn diverse muiplaatjes te zien. De rode pijlen wijzen de nek van de mui aan.

Ga nu door naar de kop van de mui.